Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ervaarbaar omringt. Daarin speurt hij een spoor van God Als- onze geest natuurlijkerwijs open stond voor de onmiddellijke opname van God, zouden wij Hem kennen, zooals Hij is; we zouden Hem gevangen houden binnen de grenzen van ons inzicht. Nu we God ont* dekken in zijn maaksel, blijft Hij voor ons mysterie Immers, al leeren we iets kennen, omdat m het maaksel een uitdrukking van den maker, in het veroorzaakte een aanwijzing van de oorzaak ligt, toch blijft deze kennis zeer onvolmaakt. Tot Gods eigen zijn, de speciaal god* delijke zienswijze, dringt ons verstand niet positief door, het moet zich tevreden stellen, met de ontkenning der schepselenonvolmaaktheden de goddelijke alvolmaakt* heid te benaderen.

Deze erkenning van onze onmacht om God te kennen weerhoudt de katholieke Godsleer niet, het weinige dat ze van het goddelijke zijn meent te weten, onwrikbaar vast te houden. Van een monistische opvatting wü ze niet weten. Het Vaticaansch Concilie sprak als katno* heke leer uit, dat God werkelijk en krachtens Zijn aard van de wereld onderscheiden is. Altijd zal het Fan. theïsme, in het vereenzelvigen van God en wereld, hopeloos verklaring zoeken voor de identiteit van het onveranderlijke en het veranderlijke. Tevergeefs wordt een uitweg gezocht in de hypothese der dubbelzijdig* heid van het Goddelijke, hetwelk naar één kant absoluut en noodzakelijk, naar den anderen in den kosmos een betrekkelijk en veranderlijk zijn openbaart. Omdat God is het absolute, het volstrekt onveranderlijke en nood* zakelijke, mag nooit, wil de Godsidee zuiver bewaard blijven, het veranderlijke, op welke wijze ook, in net Goddelijke verlegd worden.

Sluiten