Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebben misschien de artisten, die aan de gewelven der kerken een lichamelijke uitbeelding van God schilderden aanleiding gegeven tot de misvatting, dat wij een God aanbidden, Die slechts een zeer eerwaardig mensch is? Ook wij zijn overtuigd dat plaatselijke beperking en stoffelijkheid aan God volstrekt vreemd zijn, maar daarom ontkennen we Gods persoonlijkheid niet. Wan* neer God persoon genoemd wordt, heeft niemand het recht dezen term willekeurig te interpreteeren, maar moet dit gebeuren naar algemeen gebruik. Ieder reser* veert die benaming voor den mensch met uitsluiting van de andere natuurdingen. Hoe men zich de verhou* ding van den mensch tot de overige wezens ook voor» stelt, zeker geeft men hem als homo sapiens een aparte plaats. De naam: persoon * duidt een wezen aan begaafd met gedachte en wil. Niet omdat hij een gestalte heeft en een bepaalde plaats inneemt, heet een mensch per* soon, maar wel omdat hij een zelfstandig wezen is met geestelijke quaUteiten van verstand en wil. Klaarblijke» lijk moet dus iedereen, die God als een van de wereld onderscheiden, op zich zelf staand wezen met een gees* tesleven erkent, een persoonlijken God aannemen. Nie* mand behoeft bang te zijn God aldus anthropomorphis» tisch te verkelinen. Wij weten immers, dat Gods per* soonlijkheid die van den mensch eindeloos overtreft. Evenals het geestesleven van God mateloos uitsteekt boven dat van den mensch en Gods zelfstandigheid zonder gelijke is, zoo gaat Gods persoonlijkheid zonder mate de beperkte menschelijke persoonlijkheid te boven. In dezen zin kunnen we genoegen nemen met de zegs* wijze van sommigen, die spreken van de supra»persoon« lijkheid van God. Maar we wijzen deze benaming at,

Sluiten