Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriften, vooral in die der mystieken, pantheïstische tendenzen meenen te ontdekken. Inderdaad raakt onze opvatting in veel punten die van het Pantheïsme en de zielsbehoefte die velen naar het Monisme drijft, vindt er evenzeer bevrediging. Al ontkennen we de identiteit van God en natuur, het onderscheid wordt niet op de spits gedreven tot een scheiding. God, onderscheiden blijvend van het schepsel, doordringt het zóó dat zijn wezen, heel intiem er in tegenwoordig is. Weliswaar bidden we tot God, Die in den hemel woont, maar deze bede behoeft niet de eindelooze afstand af te leggen tot een speciaal Godsrijk, een bepaalde sfeer waarvan God bezit nam, terwijl Hij slechts een verre toeschouwer blijft van wat zich afspeelt in de wereld. God ziet niet toe van uit een verren hemel, omdat hij wezenlijk en waarachtig heel innerlijk is in alles, wat buiten Hem bestaat. Als de katholieke zielsleiding iemand aanraadt zich in Gods tegenwoordigheid te stellen, vraagt ze hem niet den geest op te heffen tot een ver verwijderden God maar wil ze het besef verlevendigen dat hij, tot in den kern van zijn wezen, God wezenlijk bij zien heeft St Paulus vond voor deze sublieme zekerheid de diepzinnige woorden: In Hem bewegen we ons, leven en zijn wij. Wij begrijpen heel goed het misverstand van anderen, die onze heiligen in hun natuurvereenng op Pantheïsme denken te betrappen. Maar wij weten ook, dat de heilige — de Godszoeker bij uitstek — zich daar* in volmaakt katholiek toont.

Zoo stelt zich de katholieke Godsleer in het midden tusschen Deïsme en Pantheïsme; of liever, zij vertoont zich als een hoogere synthese, die in één volledige waar» heid samenvat wat in deze tegenstellingen aan gedeelte*

Sluiten