Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al hun beteekenis aan den Christus en aan hem alleen!*) 2°. Er wordt ook gezegd: de katholieke kerk doet te kort aan de verdiensten van Christus, omdat zij leert, dat goede werken noodzakelijk en verdienstelijk zijn ter zaligheid; omdat zij dus 's menschen zaligheid althans ten deele aan diens eigen werken toeschrijft.

Al wederom: het is volkomen waar, dat volgens de katholieke leer goede werken noodzakelijk zijn en dat goede werken, in staat van genade en ter eere Gods verricht, den hemel als een loon verdienen. Alleen het Onmondige kind, dat tot geen enkele voorbereiding of medewerking in staat is, wordt in het doopsel gerecht* vaardigd zonder eenige voorbereiding van zijnen kant en ontvangt, als het vóór de jaren des onderscheids sterft, den hemel als een volstrekt onverdiende erfenis. Maar van alle volwassenen, d.i. van allen, die tot redelijk handelen in staat zijn, geldt de stelregel: God, die u geschapen heeft zonder u, maakt u niet zalig zonder u. Dat is de leer der Kerk. Maar het is ook duidelijk de leer van Christus zelf, en wat Christus zelf verordend heeft, zal toch wel niet te kort doen aan zijne grootheid. Van den eenen kant zegt Christus: „Zonder mij kunt gij niets doen", dus louter uit ons zeiven, alleen met onze natuurlijke krachten vermogen we niets, volstrekt niets, ter zaligheid. Als we iets kunnen moet het van Christus komen. En het komt inderdaad van Christus, d.i. door

*) Wijzende op de noodzakelijkheid van Sacramenten en dezer bedienaren, sluiten we natuurlijk niet uit, dat ook van den kant dergenen, die het Sacrament ontvangt, voorbereiding noodig is Zonder de vereischte innerlijke voorbereiding — die voor de ver* schillende Sacramenten verschillend is — kan iemand die het gebruik zijner rede heeft geen Sacrament met vrucht ontvangen. Doch dat alles ligt buiten ons bestek.

Sluiten