Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de menschen een zichtbare maatschappij geves* tigd, waarin allen zouden opgenomen worden: om in de leer des Heeren te worden onderwezen, door zijn ge* nademiddelen geheiligd en bestuurd volgens zijn wet. Aldus is deze maatschappij, de zichtbare Kerk, om de haar door Christus geschonken roeping en gaven, door onzen Verlosser zeiven aangewezen als het groote mid* del om de menschen te brengen tot deelgenootschap in zijne verdiensten.

In de profetieën van het Oude Verbond wordt met veel nadruk de zichtbaarheid van het Messiaansche Rijk uitgesproken, waar de Kerk van Christus wordt be* schreven als een hooge berg, uitstekend boven alle ber* gen, waartoe de volken samenstroomen, als een hoog* geschreven teeken voor de naties,1). Deze en dergelijke profetieën brengen de Kerkvaders, Grieken, Syriërs en Latijnen, in verband met de woorden van Christus: „Een stad, die boven op den berg is gelegen, kan niet ver* borgen blijven"2). Dat Christus aan zijn Kerk een zichtbaar karakter had gegeven, was zoozeer de alge* meene opvatting der christenen van de apostolische tijden af, dat een onverdacht deskundige als Harnack heeft geschreven: „Tot het waandenkbeeld eener on* zichtbare Kerk is men in de eerste eeuwen niet ver* vallen" 8).

Ten bewijze voor onze stelling behoeven we slechts te letten op de gelijkenissen, waarin Christus over zijn Kerk sprak, en waarvan er verschillende op een zicht* bare vereeniging duiden: een bebouwde akker, een bloeiende wijngaard, een wemelend vischnet, enz.

») Mich. 4; Isaïas 2. ^ Matth. 5:14. 3) Dogmengeschichte I, 3e Aufl., S. 379. n. 4.

Sluiten