Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel meer nog dan uit deze gelijkenissen blijkt uit de feitelijke instelling zelve, dat Christus aan zijn Kerk een zichtbare organisatie in vasten vorm heeft geschon* ken; Christus immers heeft zijn Kerk zoo gesticht, dat daarin alle bestanddeelen eener zichtbare maatschappij worden aangetroffen. Wat toch is een maatschappij anders tenzij een vereeniging van meerdere personen, die met dezelfde middelen eendrachtig naar eenzelfde doel streven, onder leiding van een zichtbaar gezag? Welnu, de Kerk is vooreerst een vereeniging van meer* dere personen; allen immers worden door Christus tot zijn Kerk geroepen: „Onderwijst alle volken en doopt ze" *). In nauwe eenheid streven verder die velen, vol* gens den wil van Christus, naar eenzelfde doel: de hei* ligheid in dit, de zaligheid in het andere leven: „Zooals de Vader Mij heeft gezonden, zoo zend Ik u"2). Ver* volgens streven zij naar dit doel met dezelfde middelen, die tevens de zichtbare banden tier gemeenschap zijn: het Doopsel8), de H. Eucharistie 4), de door Christus ingestelde initiatiesacramenten, waardoor de Adams* kinderen niet alleen vereenigd worden met Christus als met een hooger levensbeginsel, maar ook ingelijfd in de Kerk; het geloof, ook uitwendig beleden6); het naleven der geboden8). Eindelijk streven zij naar dit doel onder de verplichte leiding van een zichtbaar gezag, want aan sommige leden dezer vereeniging (de geestelijken) gaf Christus het recht te leeraren, de Sacramenten te bedie* nen, de geloovigen te besturen, aan de anderen (de lee* ken) legde Hij den plicht op, die rechten te eerbiedigen.

Hiermee raken we rechtstreeks aan een zeer voor*

') Matth. 28:19. 2) Jo. 20:21. ») Jo. 3:5. 4) Jo. 6:54. ») Mare. 76:15—16; Matth. 10:32—33. «) Matth. 28:20.

Sluiten