Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam punt, de hiërarchische inrichting der Kerk. Inder* daad weten we uit de opdracht door Christus aan zijn apostelen gegeven en door dezen vervuld, dat hun het drievoudig ambt van leeraar, priester en herder naar getuigenis der H. Schrift was toevertrouwd.

Christus, de Leeraar, die leerde als gezag^bezittende gelijk geen der leeraren of profeten in Israël, verleende aan zijn apostelen de macht van het authentieke leen gezag, betreffende zijn geheele leering: -„Mij is alle macht gegeven in den hemel en op de aarde. Gaat heen dan, onderwijst alle volken en doopt ze in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en leert ze onderhouden alles, wat Ik u heb geboden"1). Aan het gezag, door Christus aan de apostelen verleend, beantwoordt in de menschen voor wie zij optreden, de plicht om hen op te nemen als de gezanten van Christus en hun leer te aanvaarden: „Wie u hoort, hoort Mij, en wie u versmaadt, versmaadt Hem, die Mij gezonden heeft"2).

Christus, de Hoogepriester van het Nieuwe Verbond, wilde dat dezelfde apostelen op geheel bizondere wijze aan zijn priesterschap zouden deelachtig zijn; deze gave en opdracht van Christus wordt in de apostelen de heilige bediening genoemd. Het is de macht om door de mystieke handelingen of de heilige ritussen, die Christus instelde, de menschen te heiligen. Die priesterlijke macht gaf Christus door het bevel om de zielen der menschen te reinigen in het Doopsel*), om hen, die gedoopt zijn, te ontbinden of niet te ontbinden van hun zonden4), om het Sacrament des Altaars5) en de andere

') Matth. 28:18—20. *) Luc. 10:16. Matth. 28:19. <) Jo. 20:23. *) Luc. 22:19.

Sluiten