Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regel de volheid van het priesterschap (de bisschoppe* lijke waardigheid), maar eigen bestuursmacht pleegden zij niet te hebben; zij handelden als apostolische ge* vohnachtigden en hun zending voor bepaalde Kerken of landstreken was slechts een tijdelijke. Een gewoon bisschoppelijk bestuur bestond derhalve gedurende deze allervroegste periode over het algemeen niet. Was het trouwens, redelijkerwijze gesproken, wel mogelijk in de pas gestichte Kerk reeds aanstonds een bisschoppelijk bestuur te vestigen? Kon men aan pas bekeerden ge* voeghjk het volle bisschoppelijk gezag toekennen? Was het althans niet veel natuurlijker, dat de apostelen aan* vankehjk zelf de eenige bisschoppen bleven der Kerken, die zij stichtten? Daarbij, het is een vaste, algemeen gangbare uitdrukking, dat de bisschoppen de opvolgers zijn der apostelen. Geeft men aan die uitdrukking niet den haar volsten zin, indien men aanneemt, dat over het algemeen gesproken1), bisschoppen eerst bij of tegen den dood der apostelen zijn opgetreden.

Bizondere aandacht verdienen ten deze de geschriften en de geschiedenis van den apostel Joannes. Zijn Apocalyps en waarschijnlijk ook zijn derden brief ge* tuigen voor het bestaan van alleen*besturende bisschop* pen m verschillende steden van Klein*Azië: de „engelen" der zeven kerken, aan wie, volgens Apoc. I—III, brieven gericht worden, kunnen niet anders zijn dan de bis* schoppen dier gemeenten; en Diotrephes, die macht ge*

.fnL0IT alÊemeenJ1 gesproken; want de Kerk van Jerusalem stond sedert de verspreiding der apostelen onder het bisschoppeH^ bestuur van Jacobus den broeder des Heeren. die werd opgevo ed door Won; Antiochië had, volgens Euwbius; reeds in 44 Evodius het tven°^%TlSChien ^ °°Kde K.erk ™ Colosse re^Xs deringln Clgen bis8choP: maar «Ut waren uitzon.

7 De Moederkerk.

Sluiten