Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet slechts de macht aan de apostelen verleend blijft m de Kerk voortbestaan, maar ook Petrus' oppergezag sterft niet; het gaat op zijn wettige opvolgers over.

Hier wijzen geloof en geschiedenis naar Rome.

„Indien iemand beweert, dat de bisschop van Rome niet de volledige en hoogste bestuursmacht over geheel de Kerk bezit, hij zij in den ban", bepaalt een canon van het Vaticaansch Concilie%

Er staan ons slechts weinig buitenschriftuurlijke ge* schiedbronnen uit de allereerste tijden der Kerk ten dienste, maar toch ontbreekt het niet aan getuigenissen die ons leeren, dat reeds de oudste bisschoppen van Kome, m het volle bewustzijn van hun recht, dit opper* gezag hebben uitgeoefend. Bekend zijn o.a. de brief van Paus Clemens aan de Kerk van omtrent de viering van het Paaschfeest. Allerwegen beroepen zich verder de oude bisschoppen op het gezag der bisschoppen van Kome om hun bestreden rechten gehandhaafd of hun gekrenkte rechten hersteld te zien: denkt slechts aan Athanasius, patriarch van Alexandrië, en Joannes Chry* sostomus, patriarch van Constantinopel. Het gezag der bisschoppen van Rome was altijd zoo onbetwist, dat zelts de dwaalleeraars — zoolang zij, hoewel tevergeefs op een goeden uitslag hoopten — zich op de bisschoppen van Rome beriepen. Al deze feiten krijgen nog grooter bewijskracht, doordien ook de christelijke oudheid het oppergezag der bisschoppen van Rome heeft geleeraard' Ignaüus van Antiochië, Irenaeus, Basilius, Hieronymus Augustinus e.a. kennen den bisschop van Rome het hoogste gezag toe, omdat hij de opvolger van Petrus is Aldus getuigt de geschiedenis der oude Kerk voor het

') Dertz. n. 1631.

Sluiten