Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders en zusters ter kerke, en nacht op nacht hebben ze gewaakt in het heilig, nooit ophoudend gebed. De besten onder de kinderen der Kerk hebben getracht het voorbeeld huns Meesters na te volgen: „En des morgens stond Hij zeer vroeg op, en begaf zich naar een eenzame plaats om daar te bidden"1); „Hij nam de wijk in de wildernis om te bidden" 2); „als gij bidt, ga in uw binnenkamer."a) Zij begrepen de vermaning 'zoo goed, dat men altijd moet bidden, en dat het gebed zoo noodig is, opdat men niet valt in bekoring.

De ^ katholiek gelooft in de „Gemeenschap der Hei* ligen", een korte formule, doch deze weinige woorden geven in hun diepste beteekenis heel den onuitsprekelijk rijken inhoud weer van Christus' verlossing, ze wijst op de innigste vereeniging tusschen hemel en aarde, tusschen God en Zijn schepsel, want God is mensch geworden om Zijn goddelijk leven mede te deelen aan al de verlosten opdat „wij in allen deele opgroeien naar Hem, die het Hoofd is, Christus."

Vele geloofspunten der Katholieke Kerk vinden in deze leer hun oorsprong of zijn er innig mee verbonden: de vereering en aanroeping der heiligen, de eerbied voor reliquieën en beelden, het bidden voor de geloovige zielen, de aflaten, de verdienstelijkheid der goede werken, het bidden voor elkander, de leer der sacramenten, in zooverre ze de oneindige verdiensten van Christus op ons toepassen, het H. Misoffer, waarin wij na de consecratie met Jesus Christus te samen het groote lof- en dankoffer brengen aan den Vader, de kracht der sacramentalia of kerkelijke zegeningen, de kracht der openbare gebeden der Kerk, zooals het breviergebed en het

') Mc. 1:35. *) Lc. 5:16. 3) Mt 6&

Sluiten