Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde onder de vermaarde „Eirenicon"*voorlichting van Pusey zelfs de ietwat wanhopige stelling geponeerd werd, dat het leergezag verlegd moest worden naar een vage toekomst, naar een Kerk, die nog zou komen.... Kortom, zij week nooit van de plaats, die Christus haar had aangewezen. Integendeel, bij al die bestrijding, bij dat kruisvuur van tegenspraak heeft de Katholeke Kerk, in de waardige rust harer hoogere overtuiging, even krachtg^n zelfs met steeds meer klem en kracht blijven handhaven haar recht en plicht van Leerares der godde* lijke waarheid.

Was dan de H. Geest niet meer noodig? Nooit, nooit was aldus de leer der Kerk. Nooit — en voor velen mag dit met sterken nadruk worden gezegd — heeft de Kerk die een uiterlijk en heel de openbaring omvattend leer* gezag voor zich opvorderde en uitoefende, het bestaan en de waarde, de onontbeerlijke noodzakelijkheid van een innerlijken en hoogeren bijstand des H. Geestes in de ziel van den geloovige geloochend. Haar uiterlijk en onfeilbaar leergezag handhavend volgens den wil en de bedoeling van Christus, leerde zij toch tevens een heer* lijk samengaan, een innige eenheid dezer beide magis* tenen: der innerlijke, goddelijke verlichting in de genade des geloofs, der uiterlijke en autoritaire onderrichting door haar eigen leergezag. En wel zoo, dat zij geenszins in dwaze zelfoverschatting haar eigen ambt en werk boven of naast dat des Geestes wilde verheffen, maar dat op slot van rekening „alles tot het getuigenis van den H. Geest behoort, wat aan het geloof den weg in de ziel baant."1) Haar grootste godgeleerden wisten het schriftuurlijk woord „Alwie van den Vader gehoord en

') Schelt. Religion und Offenbarung, blz. 265.

Sluiten