Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze van opvatting, volgens zijn eigen talenten en be* schaving, m zijn eigen taal en stijl. Daaruit volgt tevens, dat er gebreken aan zijn werk kunnen kleven: onduide* lijke uitdrukking van gedachten, onvolmaakte composi* tie, gebrekkige taal en woordschikking. Voor deze gebreken is niet God, maar de menschelijke schrijver aansprakelijk. Wanneer immers een groot musicus een gebrekkig instrument bespeelt, dan is niet hij, maar het instrument de oorzaak van de minder welluidende klan* ken. Het eenige gebrek dat door de inspiratie volstrekt wordt uitgesloten, is de dwaling. a Tueo ?°mïnigen, die de inspiratie tot een gedeelte mj Schnft' bijv- tot de zaken van geloof en zeden, wilden beperken, dient er nog op gewezen, dat alles wat m den oorspronkelijken tekst der H. Schrift zich be* vindt, onder Goddelijke ingeving geschreven is, derhalve ook de bijkomstigheden, die met geloof en zeden niets te maken hebben.

Gevolgtrekkingen uit het feit der inspiratie. Uit het feit der inspiratie volgt op de eerste plaats, dat alles wat in den oorspronkelijken tekst der H. Schrift staat, het woord van God is. Echter in zeer verschil* lenden zin Alles is woord Gods, omdat God alles deed opteekenen, dus om wille der opteekening, maar lang met alles is woord Gods in zich zelf, d.wz lang met elke zinsnede der H. Schrift drukt Gods waar* neid, Gods wil, in één woord Gods bedoelen uit. Nemen wij als voorbeeld de woorden van Ps. 13: „De dwaze zegt m zijn hart: Er is geen God". De woorden „er is geen God zijn natuurlijk niet in zich Godswoord, maar louter om wille of ter oorzake der opteekening Om* gekeerd, de tekst van Exod. 20: „Ik ben de Heer uw

Sluiten