Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenmin om enkele moeilijkheden reeds aanstonds het geschiedkundig karakter ontkennen van een boek, dat het uiterlijk heeft van historie te zijn en dientengevolge als historie pleegde beschouwd te worden. Wij hebben immers rekening te houden met onze gebrekkige kennis der oude geschiedenis en met de mogelijkheid, dat de tegenwoordige tekst der H. Schrift onjuist is. Alleen zeer ernstige bewijsgronden geven ons het recht, om een of ander verhaal als niet historisch te beschouwen.

Canon der heilige boeken. Nadat wij gesproken hebben over het begrip der inspiratie, moeten wij na* gaan, hoe wij het feit der inspiratie kunnen vaststellen, m. a. w. hoe wij weten, dat deze bepaalde boeken, die wij de H. Schrift noemen, geïnspireerd zijn.

De Protestanten zeggen, dat men de inspiratie der heilige boeken leert kennen uit de heilige gevoelens en vrome opwellingen, die zij in de harten der lezers op* wekken, of uit de verheven waarheden, die zij bevatten, of uit het getuigenis van den H. Geest, die eiken ge* loovige bij het lezen der H. Schrift de innerlijke over* tuiging geeft, dat hij het woord Gods verneemt.

De twee eerste middelen zijn volkomen onvoldoende ter onderscheiding van de geïnspireerde boeken; want ook andere boeken wekken vrome gevoelens op, en er zijn boeken in de H. Schrift, die niet zulke verheven waarheden bevatten, als menig niet*geïnspireerd ge* schrift, bijv. de „Navolging van Christus". Dat de H. Geest den geloovige omtrent de inspiratie innerlijk zou verlichten, is vooreerst volstrekt onbewezen en vervolgens ook in strijd met de ervaring, die leert, dat niet alle Protestanten in hun oordeel over het al of niet geïnspireerd zijn van sommige boeken overeenstemmen.

Sluiten