Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ment is ons grootendeels onbekend. Dit is begrijpelijk, wanneer men bedenkt, dat de eerste kerken door de Apostelen en hun helpers gesticht werden, toen er nog geen enkel boek van het Nieuwe Testament bestond, en dat het christelijk geloof reeds in vele landen talrijke aanhangers telde, toen de geschriften van het Nieuwe Testament achtereenvolgens het licht zagen. Daaren* boven waren deze geschriften niet tot de heele Kerk gericht, maar tot één enkele of sommige weinige chris* tengemeenten of zelfs tot één persoon Het is volkomen natuurlijk, dat niet alle kerken aanstonds volle zekerheid omtrent de inspiratie van alle boeken hadden, vooral omdat er in dien tijd vele apocryphe geschriften in omloop waren, en het mag ons niet verwonderen, dat hier en daar een geïnspireerd geschrift niet aangenomen of een niet*geïnspireerd geschrift wel aangenomen werd. Tegen het einde der eerste eeuw wérden twee verzame* lingen van heilige boeken, de vier Evangeliën en dertien brieven van Paulus (die aan de Hebreen uitgezonderd), in bijna alle kerken als H. Schrift beschouwd. Aan deze verzamelingen werden reeds andere boeken toegevoegd, omtrent welke er echter nog geen algemeene overeen* stemming bestond. Omstreeks het midden der tweede eeuw bestond alleen nog maar twijfel over den briet aan de Hebreen, den brief van Jacobus en den tweeden brief van Petrus, welke twijfel in de twee of drie vol* gende eeuwen langzaam verdween.

In den canon van het concilie van Trente werden alle boeken van het Oude en Nieuwe Testament opgenomen welke canon door het Vaticaansch concihe bevestigd

W De Vulgata. Tot nu toe hebben wij alleen gesproken

Sluiten