Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest komen. Bieten voor het vee bestemd, mos, fijngehakt stroo, alles werd door het meel gemengd om den kleinen voorraad langer te doen duren.

Ook In Hoffnungsblick begonnen de armsten te verhongeren. Ds. Philipp Heininger had in dien tijd moeilijk werk. lederen dag stond hij aan meer dan één sterfbed. De oude vader had gelijk gehad: de nood was ontzettend groot, doch de troosters waren weinige. Dikwijls was ook Philipp Heininger niet meer in staat om troost te schenken. Het was hem iederen dag opnieuw een kwelling met leege handen aan de bedden der verhongerenden te moeten staan en geen hulp te kunnen bieden. Wat hij zelf aan liefdegaven uit Duitschland ontving, deelde hij trouw tot de laatste bete met de lidmaten van zijn gemeente. Maar bij dien vreeselijken nood was het een druppel in de zee.

Eens kwam hij bi de hut van een eenzamen ouden man, die als daglooner In de kolonie gekomen was. Hij had niemand, die voor hem zorgde en kon zich van zwakte niet bewegen. De oude man zag eruit, alsof hij met een eigenaardig grauw masker bedekt was. Toen Ds. Heininger het wat nader bekeek, bemerkte hij, dat het masker leefde. Hij werd door ontzetting gegrepen. Luizen! Luizen! — Bij duizenden! Bij tienduizenden — een samenhangende massa — zoo hadden zij den armen hulpeloozen man aangevallen en vraten hem letterlijk levend op.

Zulke verschrikkelijke beelden zou Ds. Heininger nog vaker zien. Wie zichzelf niet meer helpen en .reinigen kon, werd een reddelooze prooi van het ongedierte, dat zich met de levende lijken voedde.

Het was een harde vuurproef, ook tegenover deze ellende nog In het geloof en het vertrouwen te volharden. En toch bleek ook in dezen tijd het gelooi de macht te zijn, die de wereld heeft overwonnen en bij menigeen heeft zich bewaarheid, wat één hunner heeft gezegd: „Als ik verhongeren moet, dan wH Ik verhongeren ter eere van God."

Eindelijk, eindelijk kwam er krachtige hulp! — Zij kwam in de eerste plaats van Amerika. Meel, bevroren vleesch en vet kwamen over den oceaan naar het hongerige land. En buitenlandsche comité's mochten de levensmiddelen verdeelen. Zoo had men de zekerheid, dat het ook werkelijk den verhongerenden ten goede kwam. x)

In het voorjaar geschiedde het wonder, dat de bolsjewistische regeering inderdaad zaaigraan leverde.

„Wij zaaien het graan, ook al moesten wij het met de vingers in de aarde stoppen" verklaarden de Duitsche kolonisten. Niet-

x) Opmerking: Ook In Duitschland werd een hulporganisatie in het leven geroepen. Op verlangen der Sovjet-regeering werd zij met toestemming der overdreven angstvallige diplomatie van den November-Staat naar de Tartarenrepubliek (II) gezonden. — Eerst na een krachtige actie van de in Duitschland gevestigde kolonisten mocht zfj voor de eigen landgenooten aan de Wolga werken!

Sluiten