Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schikte verbinding der menschen van één bloed en wortelend in één bodem.

Drager der scheppingsorde is het gezin, de kleinste levende cel, waaruit het volk is opgebouwd, dat verbonden is door een geheimzinnigen band van den geest en van het bloed.

Drager der scheppingsorde is vóór alles de Kerk, de vinger, die hoog boven de aarde naar den hemel wijst, die het geweten scherpt, opdat men zal leeren goed en kwaad te onderscheiden, ook het kwaad van het bolsjewisme.

Daarom zag het bolsjewisme in den boerenstand en den volksaard, in gezin en Kerk, zijn vijanden, die vernietigd moesten worden.

Het was een lentedag in 1929. In het woonvertrek van Heininger's boerderij zat de oude grootvader Fürchtegott. Hij was oud geworden. De vijfentachtig jaren lieten zich gelden. Niettemin had hij zelf overal nog een handje geholpen en zich verheugd over de weer toenemende welvaart Hij was echter bij zijn waarschuwing gebleven: „Niet te veel er op rekenenl De slang verandert haar aard niet. De giftanden zijn niet uitgebroken. Ik geloof, dat ons nog veel kwaad te wachten staat! Wij hebben nog nooit goed den roep opgevolgd". ...

Daar trad Philipp Heininger binnen.

„Goed, dat ik U hier vind, vader", zeide hij. „Ik dacht, dat U op den akker waart'*

De oude schudde het hoofd. „Het gaat me niet meer goed af", sprak hij. „Laat de jongeren maar begaan". Dit zeggende hief hij het hoofd op en zag Philipp aan. Hij keek In een lijkbleek gezicht. „Wat scheelt eraan, mijn zoon?" vroeg hij verschrikt. „Je bent toch niet ziek?"

Philipp schudde het hoofd. „Lichamelijk niet", antwoordde hij. „Maar het is erger dan een lichamelijke ziekte. Kijk eens hier, Vader. Ik denk, dat dit het einde van onze Kerk beteekent."

Hij haalde een krant uit zijn zak en wees zijn vader een bericht aan.

„Wat staat daar?" vroeg de oude.

„Het is de nieuwe kerkwet", antwoordde Philipp. Hij luisterde naar alle kanten of er niemand in de nabijheid was, toen zeide hij:

„Dat is zoo duivelachtig sluw verzonnen, dat men voelt hoe de Satan zelf daar de hand hl heeft. Iedere kerkelijke organisatie wordt neergeslagen. Er zijn nog slechts op zichzelf staande gemeenten in vereenigingsvorm. Iedere vereeniging moet haar eigen statuten hebben, die voor ieder afzonderlijk door de overheid moeten worden goedgekeurd. Daarmede houdt iedere samenhang tusschen de gemeenten op. Iedere bijeenkomst van ons, predikanten, kan als een verboden politieke vergadering worden beschouwd. De wetten tegen het godsdienstonderwijs worden verscherpt. Bijbellezingen, vrouwenkransen, mogen er niet meer zijn. De Kerk mag zich niet meer met liefdadigheid bezighouden. Het stuk brood, dat ik als predikant geef aan iemand, die honger heeft, kan als een verboden werkzaamheid van de Kerk uitgelegd worden. Er blijft ons niets anders over dan de godsdienstoefening in de Kerk. En als ons de Kerk af-

Sluiten