Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hanen, die op een akker neerstrijkt?

Buiten Moscou, ten Noorden van de stad, staan de zomerverblijven der voormalige kapitalisten leeg. Die wijst men den kolonisten als onderdak aan. Meubelen hebben zij niet. Zij moeten op den vloer slapen. Ook zet de winterkoude reeds bi, en er is geen hout. Maar de vluchtelingen zijn toch dankbaar, dat zij tenminste een dak boven het hoofd hebben.

biel geloop naar de autoriteiten begint. In het gebed hebben de mannen zich gesterkt voor den gevaarlijken tocht, in groote groepen maken zij do verre wandeling naar de stad. Wat men aan één man weigert, zat wellicht aan velen worden toegestaan.

Zij komen bij den Duitschen gezant. Zij vragen om zijn steun. Hij is radeloos. Hij moet eerst om instructies van zijn regeering vragen, verklaart hij.

Zij komen bij de bolsjewistische autoriteiten. Is het niet, alsof zij gelijk Daniël in de leeuwenkuil gingen?

Maar de leeuwen deden Daniël niets — „want hij had op zijn God vertrouwd" En ook deze Duitsche mannen vertrouwden op hun God.

la Zijn naam gaan zij kon weg. In Zijn naam verlangen zij do passen. In Zijn neam houden zij stand bij alle dreigementen der boUjewikeau

En als zij afgewezen worden, komen zij terug. Een tweede maal; een derde maal. Zij doen het als de weduwe tegenover den onrechtvaardigen rechter.

Buiten voor de stad echter wachten do vrouwen oa kinderen. Er wordt geweend en geklaagd als de mannen mot leege handen terugkomen. Maar het geloei is niet verdwenen; God roept ons, Hij zal helpenl

In een kamer van één der leegstaande huizon Is ook Barbara Festner met haar kinderen onderdak gebracht. Het ergste vuil, dat zich in de tien jaren, sedert de bezitters gevlucht el vermoord zijn, heeft opgehoopt heelt zij opgeruimd. Van de boeren in de omgeving heeft zij wet stroo gekocht Zoo hadden de kinderen tenminste Iets om op te liggen. Ook levensmiddelen heeft zij wildoende van huis kunnen meenemen. Als het niet te lang duurt, is de toestand wel te verdragen.

Maar hot duurt lang. Reeds driemaal is Frledrich Festner uit do stad teruggekeerd en Iedere keer Is zijn gezicht ernstiger geworden.

„Het is moeilijk met twee duivels teglijk te vechten," zeide hij eens, toen hij terugkwam, met een diepen zucht „De eene is de duivel der slechtheid en der leugen. Die is bij de bolsjewiken. De andere is de duivel der bangheid en lafheid. En die bi bij de Duitschers. Maar ik weet zeker, dat God sterker is dan zelfs twee duivels tezamen."

„God heeft ons geroepen om uit Sodom weg te gaan. Hij zal ons nooit verlaten."

De tijd der beproeving werd steeds zwaarder.

Eens, In den nacht, kregen de vluchtelingen bezonk ven de Tsjeka. Zij waren zulk een bezoek reeds thuis gewend geweest

Sluiten