Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten en nu moest zij reeds bier bi 't onzekere van een geliefd kind scheiden.

Bovendien kon men nu dagelijks de vergunning tot vertrek verwachten. Wat redding en uitkomst moest beteekenen, dat werd nu een voorwerp van vrees. Was dan werkelijk alle vreugde uit Rusland gebannenl Moest daar nu alles en alles in leed en angst verkeerenl

En op een dag was de toestemming tot vertrek er werkelijkl Er zouden er voorloopig tegen de zesduizend op de lijst staan. Ach, men versmachtte bijna van vrees, tot men vernam of men er zelf, en ook de familie, op stond. Het was slechts een derde van alle wachtenden wlen bet geluk, tot de eerste groepen te behooren, ten deel vlei.

Ook Barbara wachtte. Maar zij wachtte met tegenstrijdige gevoelens. Zij vreesde het noemen van haar naam. Hoe zou zij weggaan zonder haar man en haar zieke kind?

Zij bleef bij do kinderen, terwijl Lienhard In plaats van zijn vader de besprekingen bijwoonde.

„Moeder, wees maar niet bang," troostte haar één dor kleinen, „wij hebben den goeden God toch gebeden. Vader komt spoedig terug."

Daar kwam Lienhard binnen. „Wat Is hot?" riep Barbara hem tegemoet. „Uw naam staat op da lijst," sprak hij. „Hot is niet meer mogelijk zich terug te trekken."

„En Vader?" zeide Barbara toonloos.

„Ik weet zeker, dat Vader nog eruit komt," antwoordde Lienhard. „God zal het geloof dor kleinen niet beschamen."

„En Toni?" vroeg Barbars. Haar stem werd door tranen versofts.

Lienhard trad op haar toe en klopte haar op dan schouder. „Huil maar niet, Moedor," zeide hij troostend. „Voor Toni zal God ook wel zorgen. Ik neem haar mee naar Grootmoeder, als zij weer beter is. Eerder laten zij haar toch niet eruit. Zij is nog klein. Het duurt nog jaren, voor ze naar die goddelooze school moot. Als de toestanden inmiddels veranderen, kunt U Uw kind weer terughebben."

Barbara weende nog, maar haar smart wat niet meer zoo hevig. Ze begon toebereidselen voor do reis te maken, leder uur kon het bevel tot opbreken komen.

Dat duurde echter nog eenige dagen — dagen, waarin men tusschen hoop en vrees zweefde.

Als een donkere schaduw ging er een vraag door het emigrantenkamp: „En de anderen?" vroegen zij, die voor het vertek waren aangewezen.

„Wat wordt er van ont? Zullen wij werkelijk nog uit die hel kunnen ontvluchten?" vroegen zij, die achter bleven.

Nog hoopte men. Maar de hoop op menschen gelijkt In het bolsjewikenrijk op een rot ei. Uiterlijk ziet het eruit als ieder ander. Maar als men het openbreekt, is er slechts stank en walging.

Men hoorde zooveel. Duitschland zou bang zijn voor zoo'n groot

Sluiten