Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voudig, zestigvoudig en honderdvoudig. In de meeste dorpen konden godsdienstoefeningen slechts In het geheim plaats vinden! nachts in de steppe, door een boschje of een terreingolving voor spiedende oogen beschut. Dikwijls genoog had de verzamelde menigte zich slechts op het laatste oogenblik voor de Tsjeka bi veiligheid kunnen brengen.

Lienhard zelf was eigenlijk steeds op de vlucht. Een vast tehuis had hij niet. Zelden kon hij langer dan acht dagen op dezelfde plaats vertoeven. Herhaaldelijk was hij reeds bijna in de handen der Tsjeka gevallen.

Maar ofschoon hij wist, dat hij vervolgd werd, was het toch, alsof men aarzelde hem te arresteeren. Men wist hoe groot zijn aanhang ook onder de dorpsarmen was en wilde blijkbaar niet nog meer opwinding veroorzaken in de reeds zeer ontredderde kolonies.

Op een dag werd hem een aanbod gedaan. Als hij het prediken wilde staken, bood men hem een goede staatsbetrekking aan en een leven zonder zorgen. Zou hij echter voortgaan met prediken, dan zou hij gearresteerd worden en dan zou het prediken toch ook afgeloopen zijn.

Verontwaardigd wees Lienhard deze verzoeking af. De verzoeking van den Heere op den berg met het woord van Satan:

„Alle deze dingen zal Ik U geven, indien gij nedervallende mij zult aanbidden", stond hem voor den geest. Hij kon echter ook den Heere het juiste antwoord nazeggen: „Ga weg, satanI"

Den Heere bracht dit antwoord het kruis; Zijn jongen getuige de ballingschap. Hij ging echter dapper zijn moeilijken weg. „Het Is het beste middel om het woord Gods te verbreiden, wanneer men de predikers over de geheele wereld verstrooit," zeide hij.

Als getuige voor zijn Heer was hij aan het werk in het oerwoud. Geen bedreigingen en straffen konden hem ervan weerhouden bij Iedere gelegenheid zijn medebannelingen met God's Woord te sterken en kleine groepen in het gebed te vereenigen. Hier was het een reus van het oerwoud, daar een hoop takkenbosschen, die de menschen voor het oog der opzichters verborg, als men gemeenschappelijk zijn klachten tot God opzond of zich wilde sterken met God's Woord.

Midden bi het oerwoud vormde zich een gemeente. Het was een merkwaardige gemeente. Zij had geen kerk. Zij had ook geen gemeenschappelijke leer. Haar lidmaten behoorden tot de meest uiteenloopende godsdienstige richtingen. Maar zij droegen allen hetzelfde kruis. En hoeveel lichter liet het zich dragen, als velen zich gezamenlijk eronder plaatsten! Zij hadden oen geloof In den Heer, Die voor kan was gestorven en opgestaan, en Die terug zal komen om te richten en te redden en Zijn Koninkrijk te stichten.

En eene onbaatzuchtige liefde, die alles verdraagt en alles duldt, hadden zij ook.

En ook die ééne hoop verbond hen tot een gemeente. Hoe zouden zij dat leven hebben kunnen dragen zonder die hoopl

Door hoop geschraagd waren hun voorvaderen naar hot vreemde land getrokken, de oogen vast op den Heere gericht Die Zijn Koninkrijk in heerlijkheid wilde vestigen. Hun blik was nog niet

Sluiten