Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren tot in het diepste schokt, rond 2 millioen menschen laat slachten. Een man die in zijn hart een ongebonden fanaticus was, die door de volkomen uitroeiing van het burgerdom meende zijn volk geluk en welvaart te geven. Een man, die voor geen millioenen roebels te koop was en die tegen beambten, die zich aan de revolutionnaire wetten vergrepen, nog gruwelijker optrad dan tegen burgerlijke.

In 1920 hield ik na een bezoek in het Zuiden, waar ik de vreeselijkste en onmenschelijkste bloedbaden had te controleeren, een rede voor D. Ik schilderde hem treurige tooneeltjes bij welke, nu ik er aan denk, mi) weer het water over den rug loopt. Hij zat onbeweeglijk voor me en keek naar de zoldering, zoo dat ik dacht, dat hij maar half luisterde. Zoo nu en dan maakte hij eenige aanteekeningen. Verder schenen de bestialiteiten van zijn ondergeschikten hem niet te ontroeren. D. liet me zonder te interrumpeeren, uitspreken. Geen enkel woord zei hij me. Lat ;r hoorde ik dat geen enkele der schuldigen was gestraft.

Geheel anders handelde hij bij tekortkomingen, diefstal of nalatigheid in den dienst. Dan klonk het na een kort oogenblik van beraad: doodschieten. Of het een veteraan was in den strijd voor het bolsjewisme of nog maar een jong broekje, was hem volmaakt onverschillig. In de jaren van het oorlogs-communisme zijn heel wat Tschekisten, zelfs beulen op bevel van D. ter dood gebracht.

Toen ik mijn rede geëindigd had en heen wilde gaan, beval hij mij te blijven. Ik verwachtte nu een verdediging te hooren van al die gruweldaden .... en het was zoo.

Langzaam, correct, pedant als een schoolmeester begon hij zijn inzichten over massaterreur uiteen te zetten. In het begin was het de ambtenaar D., die sprak; naderhand, toen hij het punt der Wereldrevolutie naderde, was het de wilde, hartstochtelijke mensch. De bourgeoisie heeft zich niet vrijwillig van de uit-

Sluiten