Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digend als men had gehoopt. De wereldrevolutie bleef uit, voorzichtigheid werd raadzaam geacht.

„De vertraging in het werk van totale vernietiging der kapitalistische wereld," zegt Yaroslawsky, „heeft noodzakelijkerwijze een vertraging in de vernietiging der godsdienstige vooroordeelen en der religieuse gedachte ten gevolge gehad. Het vertraagde tempo van den opmarsch der wereldrevolutie geeft eenig uitstel aan de kerkelijke organisaties. Maar wij zouden slachtoffers van een grove dwaling zijn geweest, als wij hadden gedacht, dat de breede volksmenigten zich ooit zelf van de godsdienstige vooroordeelen hadden kunnen bevrijden."

De tijd ontbreekt mij om hier alle maatregelen te memoreeren, die in deze tweede periode (1922—1929) werden genomen om het volk een handje te helpen in die gewenschte radicale bevrijding van „godsdienstige vooroordeelen". Men kan ze, desgewenscht, nagaan in de bronnen, die mijn gedrukte toespraak aangeven. Maar ik kom tot de derde periode, waarin wij thans verkeeren en die geheel beheerscht wordt door de belangrijke wijziging in de Grondwet, waarbij vrijheid van godsdienstige propaganda werd geschrapt en vrijheid van ongodsdienstige propaganda alleen nog maar wettelijk werd toegestaan. Hoe de atheïstische propaganda wordt gedreven, met welk een kracht en stelselmatigheid, kan van algemeene bekendheid worden geacht. De geestelijkheid (versta het goed: elke geestelijkheid) is buiten de wet gesteld. De bepalingen omtrent het sluiten der kerken zijn zoo geformuleerd, dat het een kleine moeite is om overal, waar het wenschelijk wordt geacht, de gebouwen, aan den eeredienst gewijd, te onteigenen, te sluiten of in de lucht te laten

Sluiten