Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Commune te Parijs, Canton en Moskou in 1905, ten ondergang gedoemd zijn geworden, omdat zij plaats hadden op een moment, waarop de revolutionnaire stroom niet meer aanwies. Deze verzekering weerspreekt het Marxistische oordeel, dat reeds lang door de geschiedenis is aangenomen.

Inzonderheid voor de opstanden, die zich voordoen als gevechten van de achterhoede in de periode van achteruitgang van de revolutie moet men wel bedenken, dat, als zij óch met succes ontwikkelen, zij heel goed als punt van uitgang kunnen dienen bij een nieuwen revolutionnairen stroom.

Eindelijk moet gewezen worden op de hoofdstukken, die gewijd zijn aan de bewegingen in Canton en in Shanghai. Neuberg geeft daar materiaal, buitengewoon kostbaar, dat nergens gepubliceerd is geworden. Maar hij legt die bewegingen uit op een manier, die niet overeenkomt met de lijn van de communistische Internationale.

Als hij de situatie in Canton op 't eind van 1927 karakteriseert, bij 't uitbreken van _ den opstand, dan spreekt Neuberg van een „stijging van de proletarische worsteling", enz.; maar aan 't eind van het hoofdstuk schrijft hij, dat pas later door de „Internationale Communiste" is vastgesteld, dat de opstand van Canton een achterhoede-gevecht was. Het is duidelijk, dat de schrijver had moeten beginnen met de beslissing uiteen te zetten van de 8ste zitting van het Uitvoerend Comité van de Communistische Internationale, die den opstand van Canton kwalificeerde als achterhoede-gevecht en in bijzonderheden aan te toonen, wat 'n achterhoedegevecht is. Het is niet waar, dat een achterhoedegevecht noodzakelijk tot den nederlaag gedoemd is. Gehjk boven reeds is aangetoond, kan het dienen als uitgangspunt van een nieuwe phase in den strijd. Nu trekt Neuberg, uitgaande van deze appreciatie van den opstand van Canton als achterhoede-gevecht, er de valsche conclusie uit, dat er in Canton niet in voldoende mate de noodzakelijke vereischten van sociale orde aan-

Sluiten