Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het uitbottend geboomte daarbuiten verkondigt, dat de lente nabij is, zoo zijn er in ons volksleven ritselingen merkbaar, die een nationaal reveil voorspellen. Alom breekt de meening zich baan, dat altaar, huis en kroon, dat godsdienst, gezin en gezag toch niet zoo veilig staan als we in onze goedmoedige rust wel waanden. En daarom tast het volk weer naar zijn weermacht, die geroepen kan worden de heiligste volksgoederen te verdedigen en te beschermen. Die weermacht is ten slotte niets anders dan een deel, het gewapende deel, van ons volk.

En het volk, de natie, wordt niet bepaald door éénheid van taal, godsdienst, afkomst of ras, maar het is de geordende groep, die in het sterk bewustzijn leeft van bijeen te behooren, omdat ze hetzelfde heeft doorgemaakt en gezamenlijke doeleinden nastreeft. Het volk, dat is de groep individuen, die gezamenlijke, diep in het geestesleven ingeprente historische herinneringen heeft, die vreugde en droefheid, groote daden en groote ellende, gemeenschappelijk heeft doorgemaakt.

Nu is er helaas een gedeelte van de Staatsonderdanen, dat niet in dat bewustzijn leeft, eh van die gezamenlijke herinneringen niet wil weten. Het is dat gedeelte, kort geleden is er in een onzer dagbladen nog eens den nadruk op gelegd, het is dat gedeelte, dat de Kroon, voor de natie het symbool van eenheid, negeert of beleedigt; dat het volkslied, ons oude Wilhelmus, inruilt tegen de Internationale; dat het oranjeblanje-bleu vervangt door de roode vaan, soms nog met sikkel en hamer versierd; dat 31 Augustus naar 1 Mei verplaatst en de herdenking van Willem den Zwijger vervangt door die van Karl Marx.

Daarom rijst de vraag: Stellen degenen, die strak en stijf er eigen symbolen, liederen, feestdagen en helden op na houden zich feitelijk niet zeiven buiten de natie?

En ons ontwaakte volk, verlangt dat zij, die zichzelven buiten de natie plaatsen, in geen geval in het bij uitstek nationale instituut der weermacht geduld worden. Daarom verlangt ons

Sluiten