Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later. Er was steeds sprake van een nationale beweging. En aangezien een derde van ons volk Roomsch-Katholiek is, spreekt het van zelf, dat de Roomschen gekend moesten worden, en hun plaats moesten hebben, in een réveil, dat een algemeen karakter wilde dragen.

Gelukkig luisteren duizenden nog in alle kringen naar het advies van hun geestelijke leiders; daarom was steeds het streven alle voorkomende vraagstukken te laten bestudeeren door de voormannen op religieus gebied, opdat eerlijke samenwerking, zonder eenige bijbedoeling van kerkelijk-confessioneelen aard, tusschen alle ware Nederlanders mogelijk mocht zijn. Had ik het niet duidelijk uitgesproken op die eerste vergadering, met instemming van alle aanwezigen, dat ik — Hugenoot van top tot teen — in het belang van ons Vaderland, gaarne de hand reik aan den R.K. geestelijke, aan den rabbijn, ja, aan de vertegenwoordigers van welke godsdienstige gezindte dan ook, mits dezen eveneens met mij, het goede wilden zoeken voor land en volk?

Had ik niet in 1930 dezelfde gedragslijn gevolgd, bij de groote protestbeweging legen de Russische 'geloofsvervolgingen? Stonden toen niet op hetzelfde podium Protestant en Jood, Roomsch- en Oud-Katholiek, Grieksch-Orthodox en Liberaal? En waarlijk geen slappe figuren! Allen mannen met een vaste overtuiging die, desnoods den eenen dag elkander „in het aangezicht wederstaan", als de omstandigheden het meebrengen, maar morgen elkander ook loyaal de hand reiken en samen opkomen voor gemeenschappelijke belangen.

In aanmerking genomen ons eerlijk en royaal bedoelen, was het natuurlijk een teleurstelling, toen het Episcopaat, na lang wachten, den vertegenwoordiger der R.K. geestelijkheid te kennen gaf, dat intieme samenwerking met andersdenkenden de Kerkelijke Overheid niet gewenscht Voorkwam, daar men zich liever afzonderlijk organiseerde, ook in deze.

Sluiten