Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terecht kwam, weigerden zij vrijwillig en gratis voor den Staat te werken; deze kreeg geen koren en geen vee dan door den sterken arm.

Ondanks de bolsjewistische belofte, dat alle arbeid „een vreugde" zou worden, zagen de boeren zich veroordeeld te werken onder bedreiging der bajonetten. Een soort chronische burgeroorlog was er het gevolg van: men saboteerde, waar het maar eenigszins kon, de bevelen der Regeering en der Communistische partij.

Zoo ontnam de praktijk der Marxistische beginselen aan de boerenbevolking., alle belang bij, en allen lust tot, den arbeid; het land verarmde steeds meer, met, als gevolg, de wreede hongersnood van 1921—'22.

De opbrengst van de industrie verminderde eveneens bij den dag. Daar het loon door vastgestelde porties levensmiddelen was vervangen, voelden de goede arbeiders zich steeds, minder geroepen tot flink en degelijk werk; hun billijkheidsgevoel werd voortdurend gekwetst door een noodlottige gelijkstelling met luie of onbekwame „kameraden". De onzinnige wijze, waarop de industrie werd geleid, voltooide haar algeheele desorganisatie. In theorie scheen het gecentraliseerd beheer der goederen, naar de Marxistische beginselen, uiterst voordeelig en rechtvaardig; maar in de praktijk werd de meest ergerlijke bureaucratie er door begunstigd en de gecompliceerde maatschappelijke machine functionneerde niet meer, of zóó slecht, dat er geen naam voor was te vinden.

Tegen 1922 was het nationale economische leven den dood nabij; de bevolking verhongerde allerwegen, want de officiëele organen konden haar niet van voedsel voorzien, en de vrije handel was verboden. Het land bevond zich aan den rand van den afgrond.

Zoo eindigde de eerste poging, om met één slag het Marxistisch systeem te verwezenlijken, als een volledige mislukking.

Sluiten