Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontnomen: levensmiddelen, brood en zelfs mijn meubelen. Ik woon in een absoluut leeg huis. In «een maand heb ik geen brood gehad. De kinderen zwellen op. Als gjj ons niet helpt, zijn wij ten doode opgeschreven."

In Orenburg is het al niet beter. Vandaar roept een arbeider (die werk heeft en betaald

wordt): „ Ik wil eten! Bijna iederen dag

heb ik honger, mijn lieve, mijn eenige dochter Lelia! ik wil eten, ik wil brood! Dat zijn de eerste woorden, die mij vanzelf uit den mond vloeien; ik weet dat mijn woorden U verdriet zullen doen, maar ik kan niet meer zwijgen. Ik ben bezig alles te verkoopen, wat ik bezit, maar thans wil niemand iets anders koopen dan eten. Heel vaak heb ik geen brood. Een nieuwe ramp is mij overkomen, men heeft mij twee costuums en mijn eenige paar schoenen ontstolen, zoodat ik nu op pantoffels moet loopen, het is hier heel koud, men zou zeggen dat het herfst is, als we niet pas de lente gehad hadden."

Dan geeft de schrijver schrikbarende prijzen voor allerlei etenswaar en vervolgt: „Al deze prijzen zijn die van de bevoorrechte stad Moskou. Op 't platteland is 't veel slechter, daar is het leven gruwehjk.

De groote muurkranten verbieden het spreken over roof en moord, al komen die nog zoo dikwijls voor. Er zijn bovendien epidemieën en geen medicijnen. De sterfte is enorm, de zelfmoorden zijn zelfs talrijk. Alleen de soldaten zijn goed gekleed en gevoed. Moskou is een militaire stad geworden. De vliegdienst houdt dagelijks oefeningen boven de stad.

De honger is inderdaad vreesehjk; de kinderen hebben een grauwe en ongezonde tint; niemand lacht meer. Talrijk zijn de werkstakingen, maar het is verboden er over te spreken. Behalve de officiëele personen, spreekt niemand iets goeds meer van het Communistische regime."

Tot in de „bevoorrechte" kringen toe is de ellende doorgedrongen. Een roode oud-officier van 30 jaar, die boer geweest is, hangt in een brief die te Parijs werd ontvangen, een vreesehjk tafereel op van den hongersnood. Ik zal U niet vermoeien met de prijzen, die hij noemt

Sluiten