Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noord-Kaukasus, April 1933.

„.... Ik zelf leef nu al twee weken van gekookt water en ik zie ook geen uitkomst, hoe het verder zal gaan. Waar iets van het vee sterft, eten we op. Dagelijks sterven bij ons de menschen van honger. Drie tot vier in één graf. Ik ben een wees, ik heb nog een klein broertje, en een klein zusje, waarvan ik niet weet, hoe ze er door zullen komen, en ze zijn ook naakt, want ik heb geen geld om iets te koopen. Ik bid U, onze bede, als U eenigszins kunt, niet af te wijzen."

Melitopeler Bezirk.

„De kinderen zitten bijeengehurkt in een hoek, in lompen gehuld, op een beetje stroo en ze beven van honger en koude. Mijn man stierf niet lang geleden. De ziekte kunt ge wel raden. Hongerdood. Ach, het is niet te beschrijven, wat wij doorstaan moeten. Wij smeeken U, erbarm U onzer, want als U en de lieve God zich niet spoedig over ons ontfermen, zijn we verloren, en moeten we doodhongeren. Hoe pijnlijk dat is, gelooft niemand die het niet bij ervaring weet.

Oekraïne.

„Lieve Oom! Ik wil probeeren eens aan U te schrijven. We hebben nog een paar -emmers aardappelen en een paar rapen en dan is alles op. En we zijn zoo bang voor doodhongeren. Onze vader is al een jaar en vijf maanden weg voor dwangarbeid, moeder is ziek en kan niet schrijven. Ik ben 12 jaar oud en heb nog 5 kleinere broertjes en zusjes "

Zuid-Rusland.

„Wij hebben al vijf maanden lang geen brood, van vleesch en vetstoffen is geen sprake. We waren al tevreden met soep, als men ze maar wat dik koken kon. Er sterven hier velen, zonder kist worden ze in 't graf gelegd. Geen woord over God wordt er gesproken, men zingt de Internationale. Onzen ouden dominee moet het zeer slecht gaan, ook W. hebben ze met vrouw en kinderen weggestuurd. L. en zijn kinderen zijn allen van honger gestorven. We vragen ons

Sluiten