Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opslagplaatsen en schuren onder toezicht stonden?

De Duitscher treurde over zijn hofstede, waar hij geheerscht had. Hij dacht aan zijn verloren vrijheid. Hoe kon de Duitsche kolonist, de geheele boerenstand van Rusland, zich voor een zaak warm maken, die langzaam naar den hongerdood dreef? Apathie en onverschilligheid hadden een ieder overmeesterd. Graanvorderingen, ophitsing tegen de koelakken en de daarop volgende uitwijzingen naar het Noorden schrikten den boer steeds weer uit dergehjke omstandigheden op.

Na zoo'n vergadering wist niemand tot welke groep of klasse hij behoorde: of tot de koelakken of tot de flikflooiers der koelakken of tot de spreektrompetten van deze. Veel Duitschers, die te arm waren om als koelak aangezien te worden, werden tot hun flikflooiers gerekend.

Men loste de zaak aldus op:

Eerst de vraag: Wie is tegen de graanvordering? Alles zwijgt. Niemand heft een hand hiertegen op.

Dan: Wie is ervoor? Een paar dorpsproleten stemmen vóór. De overigen blijven ook nu passief. Men besluit: Niemand ertegen, zooveel er voor, aldus met algemeene stemmen aangenomen.

De beide communisten verlaten met het bestuur van het comité de vergadering.

Nu roept men elk afzonderlijk uit de vergadering in een zijkamer, waar de toezegging voor een zekere hoeveelheid graan wordt afgeperst.

Wie met het bestuur der kollektieven op goeden voet staat, wie weet te huichelen komt met minder eraf, men perst tot den bloede.

Ik was vooruitgedrongen tot de deur der zijkamer. De doove Schmied zou juist onderteekenen.

„30 Pud van jouw voorraad heb je beslist niet noodig, onderteeken dus voor 30 pud," schreeuwde de communist hem in 't oor.

„Ik heb slechts 30 pud in 't geheel en mijn

Sluiten