Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's avonds terug kwam. Of hij weer iemand meevoelt of weghaalt? — Men zag slechts bleeke, verschrikte gezichten.

Dat was het begin van de tweede Bolsjewistische zaaiïng.

Van vroeg tot laat werkte men op het veld en 's avonds bracht men de laatste kilogrammen meel naar 't administratie-gebouw, wanneer men die tenminste nog had. De gezichten werden steeds magerder, de nood en de honger steeds grooter. Een gemeenschappelijke groentemarkt werd ingericht. De aardappelen, erwten en gerst, die wij aangebracht hadden, werden gretig gekocht Men kreeg destijds eenmaal per dag aardappelsoep met een stukje gerstebrood. Te weinig om te leven, te veel om te sterven.

Wij — mijn broeder en ik — hadden toen de groentemarkt nog niet noodig. Vader had vooruit gezorgd, ook voor zware tijden. Ook zouden we niet naar den wil van onzen vader gehandeld hebben, wanneer wij ons met de schobberds aan één tafel gezet hadden; met hen, die er toe bijgedragen hadden, om zijn oom en oud-oom en al zijn vrienden naar 't Noorden te jagen. Dien trots moest onze moeder betalen met de voorraden uit kelder en schuur.

Eenige Komsomolzy (Jonge communisten) kwamen op een avond plotseling het huis binnen en doorzochten alles. Van alle voorraden, die zij vonden, al was het maar een pond suiker, moest mijn moeder de helft afgeven. Daarna moest zij naar het administratiegebouw gaan en een stuk onderteekenen, dat zij vrijwillig de voorraden voor de gemeenschappelijke restauratie afgaf.

Of de restauratie die voorraden gekregen heeft of dat die Komsomolzy en de administratie die onder elkaar verdeeld hebben, weet ik op het oogenblik nog niet

Op den len Juni 1931 werd mijn moeder weer in 't administratiekantoor geroepen. Weenende kwam ze terug. Men had haar een termijn van drie dagen gesteld om de gewassen in te leveren en bovendien naar mijn vader gevraagd Of mijn moeder ook maar niet naar 't Noorden wilde

Sluiten