Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgezonderd. (Men moet den vreemdeling toch immers kunnen aantoonen, dat men de kerken cnaangeroerd gelaten heeft). Ken ooggetuige bericht:

„Wij woonden vier jaar in een groote stad met 200.000 inwoners. Toen wij er ons vestigden, waren er ongeveer 14 kerkgebouwen en 40 geestelijken in deze stad. Toen wij vertrokken, was er nog een kerk overgebleven, op het kerkhof, waar drie oude priesters hun ambt vervulden. De kerken zijn alle op bevel der Sovjet-regeering verwoest. En de priesters? Ze sterven langzamerhand weg in de gevangenissen en in de verbanning. In het verre Oosten, of in Turkestan, vindt men noch priesters, noch kerken."

De methode, die hierbij wordt gevolgd, is deze: allereerst wordt de geestelijkheid verwijderd en dan wordt de verweesde kerk „geliquideerd". Hoe dat gebeurt, moge het volgend voorbeeld aantoonen:

Iedere kerk wordt door 'n kerkeraad bestuurd. Deze wordt door den clerus en een paar leeken gevormd, die dan voor de instandhouding van het kerkgebouw, voor de verlichting, enz., te zorgen hebben. De G.P.U. zoekt uit deze kerkeraadsleden den meest onontwikkelde, die lezen noch schrijven kan, uit, om verhoord te worden. Dit verhoor heeft ongeveer den volgenden loop:

„Wie bestuurt de kerk?"

„De kerkeraad."

„Wie behoort daartoe?"

„De priester, de voorzitter en de vertegenwoordigers, die door de Gemeente gekozen

2ijn."

„Er is dus in de kerk een organisatie, die door eenige menschen gevormd wordt?"

„Ja, ze moet voor de kerk zorgen."

„Dank u. Onderteeken, wat u gezegd hebt."

En de niets kwaads vermoedende zet zijn handteekening, waarmee een lid van den kerkeraad heeft bevestigd, dat er in de kerk een organisatie aanwezig is, en daar iedere organisatie — behalve de staats-communistische —

Sluiten