Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als contra-revolutionnair geldt, worden de kerkeraadsleden, voor allen echter de clerus, in hechtenis genomen. Als het noodig is, worden ook de „wereldsche" leden gearresteerd. Thans is het aan de G.P.U., welke boete gekozen zal worden: verbanning voor den tijd van drie jaar of de dood door den kogel.

Wanneer in de kerk geen godsdienst-oefeningen meer gehouden worden, wordt ze „als kerk" gesloten en tot een bioscoop-theater of volkshuis omgebouwd.

Een andere truc van de G.P.U.: In het jaar 1930 verdwenen de kleine zilveren munten geheel uit het geldverkeer. Het verzamelen daarvan werd speculatie genoemd en verboden. Behalve bij de „kapitalisten" werden ook in de kerken onderzoekingen ondernomen. Terstond na de godsdienstoefening, vóór nog de kerkeraadsleden in staat waren geweest, de opbrengst der collecte bij een bankinstelling in te wisselen, verschenen beambten Van de G.P.U., die dan een „verzameling van klein geld" constateerden. Priester, diaken, voorzitter, enz., werden daarop gevangen genomen, want zij hadden met klein geld „gespeculeerd". Ook hierop stond de straf van verbanning of dood.

Op de markt te Kaluga zit een oude priester, Vader S., dié bloemen verkoopt, om een bete broods te verdienen. Hij heeft kleine bloemruikers tusschen zijn uitgedroogde vingers en ziet om zich heen, of niet een kooper te vinden is. Rondom hem speculanten van allerlei aard, die den nood van hun naaste voor hun handel uitbuiten, en dieven, die het gestolene verder aan den man brengen. Plotseling verschijnt er een soldaat.

„Heb je een Handelspatent?"

„Neen," antwoordt de van rechten beroofde geestelijke, „maar deze bloemen heb ik ver van de stad aan den kant van het veld geplukt."

„O, jij hondenzoon, ik zal je leeren, zonder patent te handelen."

De soldaat geeft den ouden man een stomp tegen de borst en rukt hem de bloemen uit de hand, zoodat ze in het straatvuil vallen. De

Sluiten