Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets daarvan bemerkt te hebben, daar de geestelijke nimmer met één woord over politiek had gesproken.

„Domoor," zei de rechter van instructie, „begrijp je dan niet, dat wij die priesterlijke werkzaamheden toch op de eene of andere manier moeten vernietigen?"

De communist ontving ten slotte een berisping en werd vermaand, in de toekomst meer opmerkzaam te zijn. De priester moest echter in verbanning gaan.

Waar men niet langs deze omwegen gaat, kiest men eenvoudig folteringen, om datgene te bereiken, wat noodzakelijk is. Zoo worden b.v. de vingers tusschen de deur geklemd. Of men laat de gevangenen hongeren, waarna men hun sterk gezouten haringen voorzet, die ze dan in hun grooten honger verslinden. Maar daarna wordt hun dan een dronk water ontzegd. Enz., enz.

De Russische geestelijken beschouwen al dit lijden als hun door den Heere - God opgelegd, gelijk ook de Heilige Schrift aan de geloovigen dat lijden heeft voorspeld. Dit sterkt hen tot zulk een buitengewone standvastigheid, dat zij geloofshelden worden, getuigen voor de Waarheid, martelaren in den waren zin van het woord. De Bisschoppen gaan in dezen vooraan. Aartsbisschop Darion

van Moskou was een groot man, een deftig man. Hij bezat een omvangrijke kennis, en was in de hoogste mate begaafd. „Licht der Kerk" noemde men hem in zijn beste jaren. Zijn invloed was meer dan gewoon — daarom moest hij uit den weg worden geruimd. In 1922 begon zijn lijdensweg. Hij werd voor den tijd van drie jaar door de G.P.U. naar Archangelsk verbannen. Na verloop van dezen tijd keerde lüj naar Moskou terug, werd opnieuw gearresteerd en weer voor drie jaar verbannen, thans naar Solowki in de Witte Zee. Nadat ook, deze verbanningstijd ten einde was, kwam hij weer in zijn kerspel terug om zijn ambt op te nemen. Weer nam men hem vast, en hij werd naar den

Sluiten