Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dood is de laatste schalm. Wat wonder, dat hij zulk een toestand niet allen blijven belijden.

De priester T....tsch is niet de eenige.

Hij had een stervende het Avondmaal toegediend, wat bij de wet is verboden. Hij bekwam daarvoor drie jaren concentratiekamp in Siberië en moest zijn lieve vrouw en kleine kind in het vaderland achter laten. Toen de straftijd voorbij was en hij weer naar huis terug keeren zou, werd hij opnieuw gevangen genomen en voor den tijd van vijf jaar naar het koude Perm gezonden. Zijn moed bezweek: hij was nog zoo jong; hij verlangde zoo naar zijn dierbaren in het Zuiden. Toen legde hij in het openbaar zijn priesterambt neer, in de hoop, daardoor voor altijd de vrijheid te zullen verwerven.

In het eerst werd hem nu arbeid gegeven. Die arbeid bestond hierin, dat hij de binnenplaats van een fabriek in Perm van vuil reinigen moest.

Eens op een dag brak er op het fabrieksterrein brand uit. Een barak brandde af, een barak, waarin arbeiders hadden gewoond. Door een bepaalde onachtzaamheid was de brand uitgebroken.

Een man zonder rechten werkte er in de fabriek. Het was zeker, dat hij dien brand had aangestoken. Men arresteerde hem, onderwierp hem aan een pijnlijk verhoor en dwong hem eindelijk, na 7 maanden, te bekennen, schuldig te zijn aan de niet voltooide misdaad der brandstichting. Hij had geen kracht tot tegenstand meer in zich. Zoo, murw geworden, bekende lüj zijn misdaad, ofschoon hij wist, dat de straf des doods thans zeker zijn deel zou zijn. In zijn cel zei hij:

„Ik heb uit vrees het priesterambt neergelegd. Ik heb het heilige ambt van een Dienaar Gods om uiterlijk gewin neergelegd. Nu moet ik voor mijn zonde boeten."

Toen men hem twee dagen later wegvoerde, om dood geschoten te worden, bad hij zijn mede-gevangenen om vergiffenis voor zijn diepen val, en zegende hen. Zijn eenigste wensch

Sluiten