Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verantwoordelijk staan voor de beslissing, en die zich „trop grands seigneurs" achten om zelfs aan de N. C. R. V. de noodige opheldering te verschaffen.

Gelijk zij „trop grands seigneurs" waren om hun verontschuldiging aan te bieden voor het feit, dat zij eerst op het laatste oogenblik hun vonnis uitspraken over een toespraak, die reeds ongeveer 3 weken in hun bezit was; en voor het andere, niet minder ernstige feit, dat zij weigerden met mij te overleggen hoe mijn rede alsnog gewijzigd kon worden en gezuiverd van in hun oog „critische en agressieve beschouwingen".

Voorstanders van het bolsjewisme, die liever niet hooren spreken van „geloofsvervolgingen in Rusland", zouden niet anders hebben kunnen handelen.

Als goed vaderlander, die zijn Regeering gaarne wil steunen, vooral in deze moeilijke dagen, doch die geenszins van plan is, de onfeilbaarheid van eenige Haagsche Commissie te aanvaarden, meent ondergeteekende Uw Excellentie te moeten wijzen op de verontwaardiging die blijft, zoolang de noodige opheldering niet is gegeven, en heeft hij de eer te zijn, in afwachting,

van Uw Excellentie de dienstwillige dienaar (w.g.) F. J. KROP.

Geen antwoord daarop ontvangende, en het mijn plicht achtende den Minister van alles op de hoogte te houden, schreef ik nogmaals dd. 1 December als volgt:

Rotterdam, 1 December '34. Aan den Minister van Binnenlandsche Zaken te 's-GRAVENHAGE.

Excellentie,

Mijn brief van 24 November was reeds verzonden, toen mij de Handelingen der Tweede Kamer onder de oogen kwamen, met de rede van den Heer Westerman over de weigering

Sluiten