Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluier, die over den waren toestand der kerk geworpen was, tot op zekere hoogte gehandhaafd worden. Evenwel er moest verandering komen, een kleine wijziging in den tekst der wet, in schijn zoo gering en van zoo weinig belang, dat men op 't eerste gezicht geneigd is, zich af te vragen, of 't wel de moeite waard is. om zich lang door zulke kleinigheden te laten ophouden. Sedert 9 Mei 1929 luidt artikel vijf der Sovjet-Constitutie aldus: „Ten einde aan de arbeiders vrijheid van geweten te verschaffen is de Kerk van den Staat gescheiden en de school van de Kerk en overigens wordt de vrijheid van godsdienstige overtuiging (belijdenis) en van anti-religieuze propaganda voor alle burgers erkend."

Dat beteekent, dat in plaats van de woorden: ..religieuze en anti-religieuze propaganda" nu staat: „religieuze belijdenis en anti-religieuze propaganda". Deze verandering schijnt niets te beteekenen. Goed bezien echter beteekent het, dat er geen gelijkheid van rechten is: de regeerings-autoriteit en staan daardoor aan de aanvallende godloosheid meer rechten toe dan aan den beleden godsdienst. Wat kan men eigenlijk verwachten van een regeering, die uitgesproken godloos is, en die haar diepen afkeer voor de religie niet verbergt, en deze maar niet kan verdragen, zoolang er nog geloovigen in Rusland zijn?

Maar zal de religie nog met de noodige welwillendheid behandeld worden, in aanmerking genomen wie de auteurs van dezen tekst zijn? Is het van de zijde der wetten in de Sovjet-' Republiek , niet een groote verdraagzaamheid jegens het godsdienstig geloof? Deze vragen zijri heel begrijpelijk, omdat zij voortspruiten uit den eersten indruk, dien de nieuwe tekst maakt, waarvan de wijziging de heele zaak slechts slechter maakt, ondanks een zekere dosis verdraagzaamheid. Maar die gunstige indruk verdwijnt bij de lezing van de commentaren der Bolsjewistische pers, die betrekking hebben op den nieuwen tekst van artikel vijf. Zij leggen sterk den nadruk (zie Bez Cojm R. 6. II. 1930) op het feit, dat men

Sluiten