Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijke oogen allen aanzag, sprak hij, helder en krachtig: „Tot wederziens, broeders!" Dan voerde de Rood-Gardist hem weg.

En zij hebben hem weder gezien, de broeders.

Maar ach, hoe O, ja, de bevrijders waren

werkelijk gekomen. En zij hadden de booze bolsjewieken verdreven. Voorgoed. Ook hadden zij veel arme, afgemartelde gevangenen gered. Familie was gekomen en had schreiend van blijdschap de verlosten in de armen genomen. Maar waar waren die.... en die....

en die ?? Waar was Bisschop Platon? En

Opperpriester Bleiwe? En nog zooveel anderen?

De gevangenen, die nog in de cel waren achtergebleven vertelden wel, dat Bisschop Platon weggehaald was. En dat er later nog velen weggehaald waren. Een voor een; steeds achter elkaar aan. Telkens weer was er een Rood-Gardist in de cel verschenen en had een naam afgeroepen. Zouden zij deze menschen mee genomen hebben op hun vlucht? Of zouden zij ze ?

„Laten we gaan zoeken!" riep er een.

„Ja, gaan zoeken! Wie weet, misschien hebben de bolsjewieken onze broeders eerst nog wel "

O, ze durfden het haast niet zeggen, niet denken bijna. Maar ze begonnen hun onderzoek. In alle lokalen en cellen van de gevangenis. Buiten op het plein. En in de donkere kelders. En daar, ja

De voorsten gaven een schreeuw van ontzetting. In snikken braken ze uit Hier, hier lagen ze, de arme slachtoffers, opgestapeld in een kelderhol. De doode lichamen waren nog warm, geschonden, o, zoo vreeseljjk geschonden en met bloed bespat. Het eene lichaam voor en het andere na werd voorzichtig uitgedragen, onder zuchten en tranen. En heel onderaan lag het lichaam van Bisschop Platon. Zijn achterhoofd was geheel stuk. Het voorhoofd met vuisten blauw en wond geslagen. In de borst hadden bajonetten tot zeven keer toe gestoken. Een kogel was door zjjn schouder geschoten en twee door de borst. Zóó, zóó vonden zij hun Bisschop weder.

Sluiten