Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vende zelf." De oude priester mocht dit wel zeggen, want hij kon immers Faulus naspreken: „Het leven is mij Christus en het sterven is mij gewin."

Ach, wat had vader Wladimir nog te doen met dien armen misdadiger, die naast hem stond en die ook gedood zou worden. Die man was gaan huilen, toen de gevangenbewaarder hem uit zijn cel haalde.

„Waar moet ik toch heen, zoo midden in den nacht?" had hij gejammerd.

„We gaan naar een schip," had de soldaat hem wijs gemaakt.

„Naar een schip? Maar het is toch Januari en alles ligt dichtgevroren?"

„Ons schip heeft vier wielen," spotte de bolsjewiek.

Zoo staan ze hier dan naast elkaar, de misdadiger en vader Wladimir. De misdadiger is geheel in de war. Hij begint te zingen; een bekend lied der gevangenen. Aan het eind klinkt het: „Men zal mij begraven, en niemand zal weten, waar mijn graf is."

Vader Wladimir bidt. Hij is op de knieën gevallen en spreekt met zijn God. De aarde heeft hij losgelaten. Zijn weinige bezittingen heeft hij aan zijn celgenooten verdeeld. Hij heeft hen omarmd en gezegend Nu is hij klaar om weg te gaan van deze wereld. Hij spreekt met zijn God, Dien hij dadelijk zien zal.

Er zijn nog meer gevangenen naar buiten gebracht. Een heele rij staat nu op het plein klaar.

De motor ronkt. Het schieten van de RoodGardisten wordt nauwelijks gehoord. De G.P.Oe vindt het niet erg om menschen te dooden, heelemaal niet. Maar het is toch beter, dat zoo weinig mogelijk menschen het knallen der geweren hooren en dat zoo weinig mogelijk ooren de kreten en de zuchten der stervenden opvangen.

Daarom ronkt en knettert de motor.

Maar vader Wladimir hoort hem niet meer. Hij is al thuis!

4. Die achterblijven

Vader Wladimir had wel gelijk, toen hij

Sluiten