Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamp ondergebracht; zij zwerven langs de straten, al bedelende. Diep ellendig zien ztf er uit en velen van hen sterven langs den weg. Wanneer er nu in de eenige kerk een godsdienstoefening is, verzamelen al deze geestelijken zich voor het gebouw, in de hoop van de kerkgangers een aalmoes te zullen ontvangen, die dan meestal bestaat in een stukje brood, een aardappel en dergelijke. De eenige hulp, die Bisschop Antonius nu aan deze arme menschen gegeven had was dat hij ze den nacht in zjjn kamer had doen doorbrengen, toen het buiten 50 graden Celsius vroor.

Met beloften en bedreigingen trachtte men den Aarts-Bisschop zijn geloof te doen verloochenen; men beloofde hem zelfs vrij te laten en in zijn ambt te herstellen, als hij spion van de G.P.Öe wilde worden.

Toen hij dergelijke voorstellen met veront» waardiging van de hand wees, werd hij in een kerkerhol opgesloten, waar het water van de wanden droop. Maandenlang heeft hij daarin doorgebracht, in gezelschap van vijf boeren, die getracht hadden uit het bannelingenkamp te ontvluchten. Schoon goed en zeep ontvingen zij niet. Ieder kreeg twee maal per dag een glas water. Ondragelijk heet werd het in de cel toen de zomer kwam. De gevangenen zaten half versuft tegen de muren geleund happend als een visch naar lucht. Door de zweetende en vervuilde lichamen en door een stinkenden emmer, die als privaat moest dienen, werd de lucht in de cel om te stikken. Vreesehjk plaagde hen ook het ongedierte; hun lichamen waren letterlijk met vlooien en luizen overdekt. Ook kregen zij uitslag, terwjjl hun lichamen opzwollen en vol blauwe vlekken kwamen. Vader Antonius lag op den steenen vloer van de cel, omdat hij daar nog het minst last had van het ongedierte. Hij werd ten slotte zoo zwak, dat hij deze kleine kwelgeesten niet meer uit mond, neus en ooren kon houden. Af en toe hielpen zijn lotgenooten hem hierbij. Een van hen stierf en men liet het doode lichaam 24 uur in de cel liggen. Allen werden ziek aan scheurbuik en ten laatste kreeg de Aarts-Bisschop er nog dysenterie bij, waardoor hij veel bloed verloor. Geen enkele keer kwam er een arts naar de zieken zien. Eindelijk, toen de Bisschop reeds stervende was, werd hij naar het gevangenis-ziekenhuis gebracht, waar hij eenige uren later,

Sluiten