Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezien, als er gevangenen gefolterd en overmeesterd werden.

Deze twee beulsknechten kwamen nu mijn kamer binnen. Zij monsterden mij met koude blikken en fluisterden elkaar opmerkingen in het oor, die naar het scheen mij golden. Ik kon duidelijk eenige woorden opvangen: „Doodschieten Priester.... vannacht...." Toen

kwam hij met een strop naar mij toe en legde die naast mij op de bank. Er werd een groote spotprent op de priesters in de kamer gebracht, waar afgrijselijke scheldwoorden op God en den godsdienst onder stonden. De knechten lazen ze elkaar voor, schudden van het lachen en overstelpten mij, den „vervloekten priester", met spot en hoon.

Zij werden steeds duidelijker in hun uitdrukkingen en begonnen elkaar te vertellen, hoe men mij dezen nacht af zou maken. Ik kwam daardoor te weten, dat men mij or> het binnenplein zou brengen en daar doodschieten. Ik kon mijn executie in gedachten beleven, tot ik ten slotte op het vuile plaveisel lag en mijn moordenaars opgelucht zeiden: „Nu is het eindelijk afgeloopen met dit zwijn van een priester". Tijdens hun gesprek keken zij steeds naar mij.

Deze nacht was de verschrikkelijkste van de 22 ellendige nachten waarin ik verhoord was geworden. Alles draaide voor mijn oogen; en ik begon te kokhalzen. Mijn bewaker bracht me naar het closet. Ik kon echter niet overgeven, er kwam slechts een gebrul uit mijn keel. De man liep weg en haalde een kameraad om te helpen. Intusschen was ik kalmer geworden. Ik sleepte mij naar de kamer terug en viel zwaar op mijn stoel neer. De beide ruwe kerels begonnen weer te schertsen. Toen zag ik duidelijk, dat er rook rondom hen opsteeg. De geheele kamer vulde zich er mee en het maakte nuj benauwd De kerels wilden mij bedwelmen. Toen stak een van hen weer de vuist tegen den vervloekten priester op.

Even vlug als de rook was gekomen, verdween hij weer. De bewakers rookten slechts hun stinkende „machorka". Plotseling hoorde ik duidelijk de stem van mijn vrouw. Ik luisterde, half verdoofd. Gemeentegezang weerklonk, een koraal: „Rust mijn ziel "

Ik was op alles voorbereid Het leven lag achter mij. Als ze er nu maar gauw een eind aan maakten!

Sluiten