Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons programma berust uitsluitend op wetenschappelijke, zelfs materialistische, wereldbeschouwing. De uitlegging van ons program moet daarom noodzakelijk een omschrijving geven van zoowel den historischen, als den oeconomischen oorsprong van den godsdienstnevel. Onze propaganda wekt dan ook vanzelfsprekend op tot atheïsme. De publicatie van daarop betrekking hebbende literatuur, tot op heden streng verboden door de alleenheerschende en feodale staatsmacht, moet thans een taak van ons partijwerk worden.

Lenin (1905).

Als voren.

Het zou dwaasheid zijn, te gelooven, dat men in een maatschappij, die verdrukking en verwildering der arbeidersklasse tot grondslag heeft, de godsdienstige vooroordeelen door propaganda alleen zou kunnen uitroeien. Het is niet anders dan kortzichtigheid der burgerklassen, indien wordt vergeten, dat de druk, dien de godsdienst op de menschheid uitoefent, alleen is te beschouwen als het voortbrengsel en de weerspiegeling van den oeconomischen druk in de maatschappij. Door geen brochures of propaganda kan men het proletariaat er doorheen helpen, wanneer dit niet geschiedt door zijn eigen strijd tegen de duistere geweldsmacht van het kapitalisme. De eensgezindheid in dezen inderdaad revolutionnairen Strijd der in verdrukking verkeerende klasse om een aardsch paradijs is voor ons van meer gewicht, dan de overeenstemming in de opvattingen van het proletariaat betreffende het hemelsch paradijs.

Lenin (1905). „Sozialismus und Religion", Gezamenlijke Werken Viil.

Het revolutionnair proletariaat zal het feit tot werkelijkheid brengen, dat godsdienst voor den staat inderdaad een particuliere aangelegenheid wordt. En onder dit, van middeleeuwschen modder gezuiverd politiek systeem, zal het proletariaat een alom verspreiden en open strijd aanvangen, ten einde den bestaanden afgodendienst, dezen naasten bron van godsdienstige verstandsverbijstering der menschheid, te doen verdwijnen.

Lenin (1905). Als boven.

Sluiten