Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nr. 6). Lazis schrijft in de „Roode Terreur" van 1 Nov. 1918: „We vernietigen de bourgeoisie als sociale klasse. Daarom moet gij gedurende de procedure naar geen verzwarend materiaal zoeken, waaruit blijkt, dat de beschuldigde in woord en daad tegen de Sowjetregeering heeft geageerd, maar uw eerste vraag aan hem moet zijn: „Tot welke klasse behoort ge?"

In de „Pjatigorsker berichten" van 2 Nov. 1918 Nr. 157 komt een verslag voor van den president der Tscheka daar ter plaatse betreffende den verschrikkelijken moord, volgens bevel van deze Tscheka, op 45 personen, onder wie zich bevonden de voormalige minister van Justitie Dobrowolski., generaal Radko — Dimitrieff, vorst Schachowskoj, vorst Urussow ea anderen.

In de „Iswestija" van 8 Febr. 1920 publiceert Lazis de statistiek over het jaar 1918, volgens welke het aantal gefusilleerden 6185 bedraagt!

Den 23sten Januari 1919 vaardigde de Sowjetregeering de wet uit van de „scheiding tusschen Kerk en Staat en die der Scholen van de Kerk."

„Godsdienst is opium voor het volk", zoo luidde de leus. Van nu af daalde een regen van verboden op de aanhangers der Kerk. Het dragen van kruisen werd belast, evenals het hebben van heiligenbeelden in de huizen. De plundering der kloosters en kerken en de vervolging van de geestelijkheid vormt van nu af de hoofdtaak van de Sowjetregeering.

Volgens officiëele opgaven der bisschoppelijke Synode van de Russische Kerk („Kerkelijke berichten" van 1/14—15/28 Juli 1923) werden gedurende het tijdperk van 1918 tot 1920 bijna 28 hooge geestelijken en 1215 priesters gedood, ongerekend nog het aantal monniken en nonnen. In werkelijkheid betrof het hier niet een eenvoudig doodschieten, maar de vreeselijkste marteling en het geraffineerdste sadisme. In het bizonder moet hier genoemd worden de wreede dood van den aartsbisschop van Astrakan, Mitrophan, dien men ervan beschuldigde, dat hij in 1916 schriftelijk tegen de belastering van de Czarina was opgetreden. De aartsbisschop van

Sluiten