Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten werden, omdat ze leden aan snotziekte, tengevolge van het gebruik, van vleesch van paarden, die deze ziekte hadden. („Weekblad van de O.M.R. Nr. 44 5.6.22).

„Volgens het verslag van slchts één gezondheidspost in de provincie werden enkel van 15 tot 31 Juli 1922 1445 cholera-gevallen, 19 van pest, 7695 van typhus, (vlektyphus), 2358 van buik typhus en 34 van rotzeer geconstateerd." (Hetzelfde tijdschrift Nr. 53 21.8.22).

In 1922 vond eindelijk de Sowjet-regeering een lang gewenscht voorwendsel om openlijk tegen de Kerk te kunnen optreden: men zette een agitatie op touw om de bezittingen der Kerk aan te wenden tot steunverleening aan de hongerige bevolking. Patriarch Tichon protesteerde niet; slechts verlangde hij een controle door de geestelijkheid ten opzichte van de gelden, die de verkoop der kerkelijke kostbaarheden opbracht. Dit verzoek werd echter ■iet door de regeering ingewilligd. Nu begonnen processen tegen de geestelijkheid, die onder deze voorwaarden niet van plan waren de kostbaarheden af te staan. Tengevolge van het tot op de spits gedreven wantrouwen jegens de regeering kwamen er bloedige tooneelen voor tusschen de bevolking en de vertegenwoordigers van het gouvernement. Een reeks nieuwe fusilleeringen volgde. In 't bizonder wordt de aandacht gevestigd op het proces tegen den Petrograder metropoliet Benjamin, een groep geestelijken en geloovigen in Petrograd, dat eindigde met het doodvonnis over den metropoliet en nog 10 personen, In den nacht van 12 op 13 Augustus 1922 werd dit voltrokken. In alle plaatsen worden dergelijke processen tegen de geestelijkheid en gewone geloovigen gevoerd, die eindigen met de doodstraf ol langjarige verbanning. Met uitzondering van slechts weinigen kwam weldra de geheele Russische geestelijkheid in de gevangenissen der Sowjets terecht.

In den nacht op den 31sten Maart — den Roomschen Goede Vrijdag — werd de prelaat Boetkewitsch in den kelder van de Moskouer

Sluiten