Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Christus in het vleesch te wachten, — de adventsprediking is toch volkomen op hare plaats, omdat daarin de gelegenheid wordt geboden om opzettelijk stil te staan bij de beteekenis van den Christus Gods, zooals wij die kennen uit hetgeen God met betrekking tot Zijnen Christus vóór diens komst in het vleesch gesproken en gedaan heeft. Die woorden en die daden Gods hebben toch door hare vervulling hare waarde voor ons niet verloren, maar zijn voor ons zieleleven nog voortdurend van hooge waarde, omdat zij ons nog steeds de gedachten Gods ten opzichte van verloren zondaren leeren kennen. En wij stellen die woorden en daden Gods op hoogen prijs, wanneer wij zeiven in zekeren zin in adventsperiode verkeeren, d.w.z. wanneer wij verlangend uitzien naar openbaring aan onze ziel van Hem, die in de volheid des tijds als het Heil der wereld is verschenen.

Niet onvoorbereid is de Christus in de wereld gekomen. God heeft Zijnen Zoon van het Paradijs af in de wereld ingebracht, en daarmede de harten van zondaren met blijde hoop vervuld.

Een voorbeeld daarvan vinden wij in Abraham, op wien de Heere Jezus volgens Johannes 8 de Joden wijst. Er was voor den Heere Jezus eene bijzondere aanleiding, om juist op Abraham te wijzen. De Joden toch beroemden zich, dat zij Abrahams zaad waren; en zij deden dat in vijandige gezindheid, enkel en alleen om zich van Jezus te

Sluiten