Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen." Daar heeft de Heere dus reeds gesproken van den Verlosser, dien Hij uit de menschheid zou doen voortkomen om de werken des duivels te verbreken en den verloren mensch verlossing te bereiden. Daar heeft de Heere alleen beloofd, dat die Verlosser uit de vrouw zou voortkomen, ziende op de maagd die straks dien Verlosser onder het harte draagt en ter wereld brengt. Langs welke lijn, is daar nog niet uitgesproken. Dat maakt God echter ook steeds duidelijker. In het geslacht van Seth gaat de belofte straks voort. Op grond daarvan roept Noach's vader Lamech bij de geboorte van zijn eersteling uit: „Déze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft." Als straks de 'eerste wereld door Gods oordeelen is vergaan en Noach met de zijnen de nieuwe menschheid vormen, wijst God duidelijk aan, op wien de belofte van den Verlosser overgaat. Hij doet dat bij monde van Noach zelve, die na de smaadheid door Cham hem aangedaan en de liefderijke bejegening door Sem en Japhet uitriep: „Gezegend zij de Heere, de God van Sem; en Kanaën zij hem een knecht. God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tente; en Kanaan zij hem een knecht." Zoo werd Sem gesteld tot erfgenaam der belofte. Verder ging het Godswoord voorloopig niet.

Sluiten