Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verlangen naar Jezus Christus, dat spreekt uit de klacht over het niet verlangen naar Hem — al verstaat gij daarvan ook niets in uwen nood.

Ja, maar wat baat mij dat, als ik toch den dag van Christus niet te zien krijg! Van verlangen kan ik toch niet leven!

Gewisselijk niet. Daar heeft ook Abraham niet van behoeven te leven. Maar hij heeft den dag van Christus te zien gekregen in den weg des betrouwens op Gods beloften, des vasthoudens aan Zijn Woord, in den weg des geloofs.

Het duurde lang, eer Abraham den dag van Christus te zien kréég. Het ging door het tegenstrijdige heen. Het scheen immers onmogelijk. Naar aller menschen ervaring was alle verwachting afgesneden: Abraham oud, Sara verre op hare dagen. Dus het zichtbare zeide: geen zoon! dus ook geen Verlosser! Maar het Woord zeide: ,,Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde" (Gen. 13 :16)... „Voorwaar, Sara, uwe huisvrouw, zal u eenen zoon baren, en gij zult zijnen

naam noemen Izak" ,Maar Mijn verbond

gal Ik met Izak oprichten " Dat woord heeft

Abraham geloofd.

Geloofd, schoon het daarbij door veel ongeloof henenging. Want ach, de vervulling der belofte bleef uit. De Heere vertraagde de belofte. En Abraham kon niet vasthouden. Want toen de Heere tot hem zeide: „Vrees niet, Abram! Ik ben u een schild, uw loon zeer groot!" klaagde hij:

Sluiten