Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuk, waaraan ik mijn tekst ontleend had, in zijn geheel te behandelen. Die opdracht aan Ezau is immers de aanvang geworden van eene geschiedenis, die eeuwen omvat, maar allereerst in Izaks huisgezin van dingen, die ons met vele vragen vervullen. We krijgen immers in Genesis 27 te doen met den strijd om den zegen, die ten slotte niet door Ezau, maar door Jakob weggedragen wordt.

Nu zie ik mij de gelegenheid geopend, om die gedachte uit te voeren.

En toch niet aan Genesis 27 de tekst ondeend! Neen.

We kunnen nu eenmaal wat op zekeren tijd in het leven van een persoon, ook in dat van eene familie openbaar wordt, niet verstaan, eer wij kennen wat daaraan voorafgegaan is. Het heden worstelt altoos in het verleden. Als wij een boek willen begrijpen, moeten we niet middenin met lezen aanvangen, maar beginnen met de eerste bladzijde.

Zoo is het ook hier.

Om de bladzijde uit Izaks familiegeschiedenis, in Gen. 27 ons bewaard, te verstaan, moeten we beginnen bij den eersten tijd van die familiegeschiedenis, ons beschreven in de verzen van Gen. 25, die wij daar straks tezamen lazen.

We krijgen hier een blik in de eerste twintig jaren van Izaks huwelijksleven. Onze tekst doet ons een crisis in dat huwelijksleven zien; we kunnen ook wel zeggen: de crisis, het groote

Sluiten