Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. En zij hebben met blij verlangen uitgezien naar den dag, waarop hun huisgezin zou worden vergroot.

Zijn verwachting werd echter niet vervuld. En dat bracht hen in nood. Izak, maar ook Rebekka. Want al wordt de man hier op den voorgrond geplaatst, de vrouw staat er niet buiten, staat er ook niet anders tegenover, zooals straks duidelijk blijkt uit haar uitroep onder totaal veranderden toestand: „Is het zóó — waaróm ben ik dus?"

Wat zij ondervonden, was totaal in strijd met Gods Woord tot den pas door Hem geschapen mensch, man en vrouw: „Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt!

Welk een nood voor Izak!

Al lezen we in vs. 20, zoo kort mogelijk: „En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Bethuil, den Syriër, uit PaddaAram, de zuster van Laban, den Syriër, zich tot vrouw nam," — wij weten, hoe dat was toegegaan.

Izak heeft niet „zoo maar" Rebekka tot vrouw genomen, ontvonkt door een mooi gezichtje of een lieftallige en bekoorlijke verschijning; nog minder aangelokt door rijkdom!

Dat alles heeft geen rol gespeeld, zelfs niet kunnen spelen. Dat „nemen" is eigenlijk niet anders geweest dan „aannemen" van wat hem geboden werd. Het is aan Abrahams zorg te danken geweest, dat Izak een vrouw kreeg, en wel déze vrouw. Ge herinnert u immers wel de

3

Sluiten