Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods heeft het alzoo bepaald, zooals Paulus in Rom. 9 doet uitkomen. Het ligt niet aan Jakobs voortreffelijkheid, want hij heeft niets boven Ezau voor! Beiden zijn zonen van Izak, en als zoodanig staan zij gelijk: beiden zijn zondaren!

Zij weet echter ook nog wat anders, haar — en niet minder Izak — als voor de oogen geteekend in die bijzondere omstandigheid, dat Jakob Ezau's hiel vasthoudt. Dat is uitbeelding van strijd, van persoonlijken strijd om den zegen, zooals Hosea doet uitkomen als hij van Jakob zegt: „ In moeders buik hield hij zijnen broeder bij de verzenen, en in zijne kracht droeg hij zich vorstelijk met God. Ja, hij droeg zich vorstelijk met God, en overmocht; hij weende en smeekte Hem." (12 :4, 5a). Zoo is het tevens uitbeelding van de overwinning, voor Jakob weggelegd, die waarborgt, dat hij — en niet Ezau — den zegen verkrijgt, zoodat hij in de wereld staat als drager van den zegen, waarin het heil van alle volken der aarde besloten ligt. Zóó bezien, heeft Rebekka van den Heere de onderrichting ontvangen, dat de groote Drager van den zegen, die uit Jakob zou voortkomen, alleen over strijd heen komt tot het doel, maar zoo ook zeker komt tot het doel, waartoe God Hem gesteld heeft.

Wat een heerlijke dag voor Izak en Rebekka, die dag der geboorte van Ezau en Jakob!

Weg was de nood, die hen zoo zwaar had gedrukt. Niet enkel hun leven met kinderen ver-

Sluiten