Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer vele en dat ze zeer groot zijn. Dan laten wij alles los, waar we anders het oog nog op richtten. Dan geven wij ons, gelijk David, aan den Heere over en roepen met hem uit: „laat ons toch in de hand des Heeren vallen!"

Op die barmhartigheid des Heeren wordt niet tevergeefs het oog gevestigd. Wij zien het duidelijk, wanneer wij nagaan, hoe de Heere de rechte houding tegenover Zijne oordeelen beantwoordt.

Daartoe doorloopen wij het laatste gedeelte van ons teksthoofdstuk. Het resultaat lezen we in vs. 27: „En de Heere zeide tot den engel, dat hij zijn zwaard weder in zijne scheede steken zou." Ziedaar, wat de barmhartigheid des Heeren doet!

Die barmhartigheid is niet opgewekt door de rechte houding, die David tegenover de oordeelen des Heeren aannam. Maar zij is wel in dien weg David ten deel geworden.

Reeds in hetgeen gemeld wordt in het 15e vers komt de barmhartigheid des Heeren uit. Als David gekozen heeft: „laat mij toch in de hand des Heeren vallen", geeft de Heere pestilentie in Israël, waaraan in weinige turen 70.000 menschen bezwijken. Het is nu aan Jerusalem toe. Maar als de engel bezig is, dood en verderf te verspreiden in de heilige stad, dan ziet de Heere dat, en het berouwt Hem over dat kwaad. Men

5

Sluiten