Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst! Jesaja 26<8.

-Wij hebben ook in den weg Uwer gerichten, U o Heere, verwacht; tot Uwen Naam en tot Uwe gedachtenis is de begeerte onzer ziel."

Mijne Geliefden!

Is het u gegaan als mij, dan hebt ge wel eens tegen dit vers aangekeken met vragen in het hart. Wij voelen het wel, dat wij hier te doen hebben met eene innige zielsuiting van het volk des Heeren tegenover zijnen God — maar daarom is het nog niet alles duidelijk, wat wij daar hooren.

Eén vraag rijst al dadelijk: waaraan heeft dat volk — haast zeiden we: de Psalmist, want het lied heeft bijzonder veel van een Psalm, nietwaar? — gedacht, als het spreekt van „den wég Uwer gerichten"? Zijn dat gerichten over hunne vijanden — of over henzelf? In het eerste geval verstaan wij onmiddellijk, dat zij den Heere verwachtten, hoopvol naar Hem uitzagen. Maar in het laatste is het ons niet aanstonds helder en klaar.

Op zichzelven zou het heel wel mogelijk wezen, dat zij den Heere hadden verwacht in gerichten

Sluiten